Reactie van CvTE op examenbespreking vwo

Het CvTE reageert op het verslag van de regionale examenbespreking vwo tweede tijdvak aldus:

Op dit moment zien wij geen reden tot aanvulling op het correctievoorschrift.

  • Vraag 7:  De vraag vanuit de examenbespreking is of ook de afleider D een mogelijk goed antwoord kan zijn. In beide voorbeelden voert de museumbezoeker een soortgelijke actie uit, namelijk foto’s maken of een ander bijdrage leveren binnen een door het betreffende museum gestelde context en die vervolgens op social media posten. Daarmee klopt het “auf sehr unterschiedliche Weise” in antwoord D niet; daarmee is D juist fout.  Het gaat eerder om de samenhang tussen wat eerder wordt gezegd en de voorbeelden. Omdat beide voorbeelden na de zinsnede in regel 1 ‘er zijn veel mooie en veel echt stomme ideeën’ staan EN deze zinsnede gevolgd wordt door het woord ‘So’, wordt daarmee een causaal verband gelegd en zijn beide beschrijvingen dus voorbeelden van stomme ideeën, dus moet het toch alleen B zijn. Het CvTE blijft vasthouden aan het cv.
  • Vraag 34: In de examenbespreking wordt zelf al beschreven dat het mogelijke aspect ‘zelfvertrouwen’ niet geldt, omdat in alinea 4 naar niet-afgestudeerden wordt verwezen, terwijl in de vraag expliciet staat ‘ten opzichte van afgestudeerde academici’. Daarnaast klopt dit aspect sowieso niet, omdat in alinea 4 weliswaar staat dat veel Uni-studenten een deuk in hun zelfvertrouwen oplopen door een studie te doen die eigenlijk niet goed bij hen past. Dat wil dan echter NIET automatisch zeggen dat dit zich niet voordoet bij mensen die een beroepsopleiding volgen. Die kunnen daarin net zo goed verkeerde keuzes maken, m.a.w. men kan niet uit alinea 4 concluderen dat mensen met een afgeronde beroepsopleiding automatisch een studie hebben gedaan die bij hen past en dat ze geen tijd verloren hebben. Simpelweg omdat er niets over mensen met een beroepsopleiding in alinea 4 staat.
    Dat betekent dat de leerling verder moet lezen en dan komt hij uit in alinea 6. Daar zijn dan de twee aspecten te vinden, werkgelegenheid en salaris. Er wordt inderdaad gezegd dat artsen en ingenieurs meer verdienen dan Facharbeiter, maar dat is juist NIET het punt dat Agarwala wil maken. Hij zegt juist zelf er direct voor dat dat “besseres Gehalt nur bedingt richtig ist” (cursief door CvTE)  en slechts voor beroepen als arts of ingenieur geldend is. Meteen erachteraan – en dat is zijn argument binnen zijn pleidooi – “aber viele andere Akademiker weniger als ein Meister” (cursief door CvTE). Omdat niet iedereen met een afgeronde beroepsopleiding meer verdient dan een academicus, hebben wij in de vraagstelling het woord ‘vaak’ toegevoegd. Wij houden dus vast aan het cv.